Een confronterend rake observatie!

Af en toe kom je wel héél goede ‘nadenkertjes’ en ‘neus op de feiten’ artikeltjes tegen. Wilma, een vriendin van mij, stuurde mij bijgevoegd bericht van Rino Feys op Facebook door. Rino Feys, bedankt!

Link naar het boek: Bewijs dat je een mens bent. van Rino Feys.


(Iets bijgewerkt doorgestuurd bericht van Rino Feys vanaf Facebook)

Misschien moeten we eens ophouden met doen alsof achter elke harde reactie een redelijke bezorgdheid schuilt. Soms is het gewoon wat het is.

Het kan ons niets schelen

  • Niet dat die mensen uit een oorlog komen.
  • Niet dat hun huizen zijn platgebombardeerd en hun familieleden onder het puin liggen, of vermist zijn, vastzitten, verhongeren of gestorven zijn onderweg.
  • Niet dat iemand uit Gaza komt, of uit een andere verschrikkelijke nachtmerrie, en misschien weken of maanden niet normaal heeft gegeten of geslapen.
  • Niet dat hij zijn vrouw, kinderen, ouders of doden moest achterlaten.
  • Niet dat hij hier buiten zit, in de hitte, met een koffer naast zich en een hoofd vol beelden die geen mens zou mogen meedragen.

Maar wat ons wél interesseert

  • is die koffer
  • Die moderne telefoon
  • Die nog best degelijke schoenen, en…

Hoe komt het toch?

Hoe komt het dat die vluchtelingen er niet allemaal uitzien als een foto uit een geschiedenisboek: mager, vuil, afgepeigerd, sprakeloos? Gebroken, zonder bagage, route, trots?

Die koffer maakt hen verdacht

Die telefoon bewijst dat het een profiteur is. Die schoenen bewijzen dat het een keuze was om hier te stoppen.

Als hij een man is, heeft hij zijn gezin verraden. Als hij in de zon zit, moet hij zwijgen, want waar hij vandaan komt is het nog warmer. En als hij in elkaar zakt, is het een acteur.

Dat heeft allang niets met kritisch denken te maken

Deze woorden weerspiegelen geen bezorgdheid. Het is niet langer een debat. Dit is de boekhouding van de ontmenselijking.

We tellen wat iemand nog bezit om niet te hoeven kijken naar wat hij verloren heeft. We wijzen naar zijn telefoon waarin zijn doden verzameld zitten. We wijzen naar zijn koffer waar zijn laatste beetje thuis in zit. We wijzen naar zijn schoenen om zijn angst belachelijk te maken.

Mantra

En telkens opnieuw weerklinkt dezelfde mantra: “en onze daklozen dan, onze jongeren en ouderen?” Alsof je maar met één groep mededogen kunt of mag voelen.

En wanneer al onze verwijten opgebruikt zijn, maken we de wereld nog kleiner – tot ze precies in onze woonkamer past: “als jij zo bezorgd bent, neem ze dan zelf in huis.”

Alsof iemand eerst moet bewijzen dat hij een spoedafdeling in zijn woonkamer heeft om te mogen vinden dat zieken geholpen moeten worden. Alsof iemand zijn keuken tot klaslokaal heeft omgebouwd om onderwijs belangrijk te vinden.

Opvang is geen individuele gunst

Die gedachte verdringen we

Want dan moeten we verder kijken dan de man aan het hek in Ter Apel. Dan moeten we toegeven dat deze vluchteling de sociale woningen niet heeft verkocht. Dat hij de zorg hier niet heeft uitgehold. Dat iemand uit Gaza niet verantwoordelijk kan zijn voor jaren wanbeleid, woningtekort, armoede, besparingen, politieke lafheid en een samenleving die haar eigen kwetsbaren al veel te lang negeert.

Maar hij zit daar

Zichtbaar. Uitgeput. Afhankelijk.

Hij heeft geen macht, geen woordvoerder, geen partij, geen mediatraining, geen leger advocaten, geen vastgoedportefeuille, geen lobbygroep. Alleen die koffer.

Dus krijgt hij de woede.

Niet de bestuurders die opvang laten ontsporen. Niet de politici die jarenlang problemen lieten rotten en daarna verbaasd naar de stank wezen. Niet de regeringen die oorlogen veroordelen terwijl handel, wapens, vergunningen en strategische belangen gewoon blijven draaien.

Maar deze man met de koffer. Deze man met de telefoon. Deze man die als bij wonder nog leeft.

Die is het probleem.

Misschien moeten we eerlijker zijn. Niet elke harde reactie komt voort uit angst. Niet elke botte opmerking is een noodkreet. Niet elke vulgariteit verdient begrip. Soms is het gewoon minachting. Soms is het gemakzucht. Soms is het de lelijke opluchting van iemand die eindelijk een groep heeft gevonden waarop hij vanuit zijn comfortabele zetel, in zijn huis, vanachter zijn computer, zonder schaamte kan neerkijken. Het is op die plek dat zelfs vriendelijke mensen plots iets genadeloos kunnen krijgen, zodra iets hen niet zint.

En misschien is dat nog het pijnlijkste: niet dat we niets weten, maar dat we het ook niet willen weten. We willen niet weten waarom iemand vlucht. We willen niet begrijpen waarom een man soms vooruitgaat om later zijn gezin veilig te kunnen laten overkomen. We willen niet stilstaan bij wat een telefoon betekent wanneer je familie verspreid is over grenzen, kampen, puin en stilte.

Waarom?

Het interesseert ons niet waarom iemand niet stopt in het eerste land waar hij ademhaalt. Hoe procedures werken en grenzen sluiten. Hoe het is om in angst te reizen en in wanhoop te onderhandelen met smokkelaars, loketten en geluk. We willen alleen kunnen zeggen:

“hij hoort hier niet.”

En de reden hoeft niet ver gezocht te worden. We vinden haar gewoon in wat we zien.

Het is die koffer en die schoenen. Het is die telefoon. Het is dat gezicht. Het is het feit dat hij bestaat.

Misschien moeten we onszelf eindelijk op ons woord geloven.

“Het kan ons niets schelen.”

Het kan ons niet schelen hoe het voelt om alles verloren te hebben en doelloos op zoek te zijn naar een nieuw begin, met alles wat nog overblijft van je vorige leven verzameld in een koffer.

Niet echt. Niet genoeg om even stil te vallen. Niet genoeg om te denken: daar zit iemand die misschien alles verloor. Niet genoeg om te zwijgen wanneer zwijgen menselijker zou zijn dan spreken.

AZC-protesten

Want wie onder een bericht over mensen uit Gaza, over mensen die buiten wachten na een gevaarlijke vlucht, vooral begint over rolkoffers, iPhones, hitte en “eigen volk eerst”, zegt uiteindelijk meer over zichzelf dan over vluchtelingen.

Iets als: “toon mij uw ellende, maar niet te dichtbij.

Of: “bewijs dat je geleden hebt, maar verwacht niet dat ik u geloof.

Of: “wees kapot genoeg om mijn medelijden op te wekken, maar niet zo kapot dat ik iets moet doen.

We zeggen: “bewijs dat je een mens bent.”

En zelfs dat zal waarschijnlijk niet genoeg zijn.


Geef een reactie

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Meer informatie over hoe uw reactie gegevens worden verwerkt.

Translate »